Tussendoelen beginnende geletterdheid


Er zijn verschillende aanpakken om de leesontwikkeling van kinderen te stimuleren. Daarbij speelt de leeromgeving en de leerkracht een belangrijke rol (Paus, 2010). Door het Expertisecentrum Nederlands (EN) zijn tussendoelen op het gebied van taal ontwikkeld voor basisschoolleerlingen. Deze tussendoelen geeft de leerkracht een handreiking hoe hij of zij er in de dagelijkse praktijk voor kan zorgen dat kinderen geletterde mensen worden. Omdat ik stage heb gelopen bij de kleuters en mijn leeftijd specialisatie bij het jonge kind ligt verdiep ik me in de beginnende geletterdheid (groep 1-3).

 

Boekoriëntatie

  • Kinderen begrijpen dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen.
  • Ze weten dat boeken worden gelezen van voor naar achter, van boven naar onder en van links naar recht.
  • Ze weten dat verhalen een opbouw hebben.
  • Ze kunnen aan de omslag van het boek de inhoud gedeeltelijk voorspellen.
  • Kinderen weten dat je vragen over het boek kunt stellen en dat deze vragen helpen om goed naar het verhaal te luisteren.

 

Verhaalbegrip

  • Kinderen begrijpen de taal van voorleesboeken. Ze kunnen conclusies trekken naar aanleiding van het voorgelezen verhaal en voorspellingen doen over het verloop van het verhaal.
  • Kinderen weten dat verhalen zijn opgebouwd uit een situatieschets en een episode. Situatieschets = geeft informatie over de hoofdpersonen, plaat en tijd. Episode = een bepaald probleem doet zich voor dat wordt opgelost.
  • Ze kunnen een voorgelezen verhaal naspelen terwijl de leerkracht vertelt.
  • Ze kunnen verhalen navertellen, met of zonder illustraties erbij te gebruiken.

 

Functies van geschreven taal

  • Kinderen weten dat briefjes, boeken en tijdschriften een communicatief doel hebben.
  • Kinderen weten dat symbolen, logo’s en pictogrammen verwijzen naar taalhandelingen.
  • Kinderen zijn bewust van het permanente karakter van geschreven taal.
  • Ze weten dat tekenen mogelijkheden bieden tot communicatie.
  • Ze kennen het onderscheid tussen lezen en schrijven.

 

Relatie tussen gesproken en geschreven taal

  • Kinderen weten dat je gesproken woorden kunt vastleggen.
  • Ze weten dat geschreven woorden uitgesproken kunnen worden.
  • Kinderen kunnen globale eenheden lezen, zoals hun naam, logo’s, merknamen.

 

Taalbewustzijn

  • Ze kunnen woorden in zinnen onderscheiden.
  • Ze kunnen onderscheid maken tussen de vorm en betekenis van woorden.
  • Ze kunnen woorden in klankgroepen verdelen.
  • Ze kunnen reageren en spelen met klankpatronen in woorden, zoals rijmen.
  • Ze kunnen fonemen als de kleinste klankeenheden in woorden onderscheiden. De letters herkennen in woorden.

 

Alfabetisch principe

  • Ze ontdekken dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters die klanken vertegenwoordigen (foneem-grafeem koppeling).
  • Ze kunnen woorden die ze nog niet hebben gezien lezen en schrijven voor de foneem-grafeem koppeling)

 

Functioneel schrijven en lezen

  • Kinderen schrijven functionele teksten, zoals lijstjes, brieven en verhaaltjes.
  • Kinderen lezen zelfstandig prentenboeken en teksten.

 

Technisch lezen en schrijven, start

  • Ze kennen de meeste letters en kunnen letters benoemen.
  • Ze kunnen klankzuivere woorden ontcijferen en schrijven.

 

Technisch lezen en schrijven, vervolg

  • Ze kunnen lezen en spellen van klankzuivere woorden.
  • Ze kunnen korte woorden met afwijkende spellingspatronen lezen.
  • Ze maken gebruik van verschillende woordidentificatietechnieken.
  • Ze herkennen woorden steeds meer automatisch.

 

Begrijpend lezen en schrijven

  • Ze tonen belangstelling voor verhalende en informatieve teksten en boeken en zijn gemotiveerd die zelfstandig te lezen.
  • Ze begrijpen eenvoudige verhalen en informatieve teksten.
  • Ze gebruiken geschreven taal als communicatiemiddel.

 

Paus, H. (2010). Portaal, praktische didactiek voor het primair onderwijs (3e ed.). Bussum, Nederland: Coutinho.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *