Verschillende visies op taalonderwijs


Wanneer je in de literatuur van taalonderwijs duikt zijn er, zoals eigenlijk bij elk onderwerp binnen het onderwijs, verschillende visies te vinden. Voor het vormen van een eigen visie is het handig om je te verdiepen in de visies van onderwijskundige en in vooronderzoek over het onderwerp. Voor het vormen van mijn visie voor taalonderwijs heb ik me verdiept in verschillende theorie waaronder het boek Portaal van H. Paus (2010).

 

Volgens Paus (2010) geven we taalonderwijs op de basisschool om kinderen beter te leren spreken, luisteren, schrijven en lezen. We laten kinderen oefenen met deze taalvaardigheden en bieden kennis aan die we belangrijk vinden waardoor kinderen betere taalgebruikers worden. Betere taalgebruikers kunnen de inhoud van andere vakken beter begrijpen. Daarnaast vergroten kinderen hun kennis van de wereld door middel van taal. Taal is het instrument waardoor wij als mens verschillen van andere levenssoorten in de wereld. Het is een belangrijk element van onze cultuur. Wie taalonderwijs geeft doet dit vanuit bepaalde opvattingen. Als leerkracht denk je na over de inhoud van de stof en de manier waarop dit wordt aangeboden. Deze opvattingen over het taalonderwijs wordt ook wel visie op taalonderwijs genoemd (Paus, 2010). Naast het traditioneel taalonderwijs onderscheid Van Gelderen (2004) zes vernieuwende visies over taalonderwijs. Deze zes visies staan naast het traditioneel taalonderwijs, Hieronder Beschreven. Daarna zal ik mijn eigen visie op taalonderwijs verwoorden en onderbouwen.

1. Traditioneel taalonderwijs
Volgens Paus (2010) wordt taal gezien als een belangrijke drager van onze cultuur. Taal bestaat uit een aantal deelvaardigheden die in het onderwijs los van elkaar aangeleerd kunnen worden. Grammatica wordt aangeboden door het ontleden in zinsdelen, zoals het redekundig en taalkundig ontleden. Ook wordt er veel aandacht besteed aan spelling. Deze deelvaardigheden van taal worden aangeleerd door middel van oefeningen in de taalmethode die precies wordt nagevolgd. Er wordt weinig aandacht besteed aan de domeinen spreken en luisteren. Het aangeleerde wordt door kinderen waarschijnlijk niet als betekenisvol ervaren (Paus, 2010).
In het kort:

  • Het precies volgen van taalmethodes.
  • De deelvaardigheden van taal worden los aangeboden.
  • Leerkracht is de overdrager van de leerstof.
  • Het is erg overzichtelijk.
  • Aandacht ligt op gemakkelijke meetbare aspecten van taal.

2. Thematisch-cursorisch taalonderwijs (vanaf 1970)
Het uitgangspunt is dat kinderen vooral taal leren door taal te gebruiken. Wat niet binnen deze gebruikssituatie geleerd kan worden leren kinderen apart (Paus, 2010)(Gelderen, 2004).
In het kort:

  • Kinderen leren taal door taal te gebruiken.
  • Leerlingen werken zoveel mogelijk vanuit thema’s (vaak thema’s vanuit andere vakken) met taal.
  • Leerkracht is begeleider.
  • Cursorische activiteiten worden naast thematische activiteiten aangeboden. Zoals technisch lezen, spelling en grammatica.
  • Het voordeel van het werken vanuit deze visie is dat leerlingen de activiteiten zelf als zinvol ervaren.

3. Taal bij alle vakken (vanaf 1975)
Taal is meer dan materie die geleerd moet worden. Door middel van taal kun je leren (Paus, 2010)(Gelderen, 2004).
In het kort:

  • Leraar is sterk gericht op de interactie in de groep.
  • Kinderen de gelegenheid geven om te leren in klassikaal of groepsverband.
  • De leraar probeert het denkproces bij de leerlingen te ontwikkelen door instructies te geven en te zorgen voor goed omschreven taken.
  • Kinderen gebruiken de taal in situaties die betekenisvol zijn.

4. Communicatief taalonderwijs (vanaf 1975)
Hierbij staat centraal dat kinderen leren om goed mondeling en schriftelijk te communiceren (Paus, 2010)(Gelderen, 2004).
In het kort:

  • Aandacht gaat meer uit naar het tot stand komen van communicatie en het overbrengen van de bedoeling van de spreker of schrijven dan naar correct taalgebruik.
  • Leraren creëren communicatieve situaties zoals in de belevingswereld van de kinderen.
  • Kinderen zullen door dagelijkse situaties vanuit hun leef en belevingswereld gemotiveerd raken.

5. Strategisch taalonderwijs (vanaf 1990)
Kinderen moeten strategieën beheersen voor het uitvoeren van communicatieve taken. De belangrijkste strategieën worden aangeleerd(Paus, 2010)(Gelderen, 2004).
In het kort:

  • Kinderen krijgen procedures aangereikt zoals een stappenplan. Die kunnen ze volgen om iets te doen. Bijvoorbeeld hoe je een brief schrijft of een tekst moet lezen.
  • Kinderen krijgen een middel om greep op de taal te krijgen.
  • De leraar moet oppassen dat het aanleren en uitvoeren van deze strategieën niet het doel op zich wordt. De strategieën moeten altijd een middel blijven.

6. Taakgericht onderwijs (vanaf 1995)
Onderwijs moet plaatsvinden vanuit taken die leerlingen zelf inhoudelijk interessant vinden (Paus, 2010)(Gelderen, 2004).
In het kort:

  • Het vertrekpunt is de inhoud, maar kinderen moeten taal gebruiken om de taak uit te voeren.
  • De inhoud van deze vertrekpunten is vaak afkomstig uit de zaakvakken.
  • Kinderen zijn met interessante taken bezig terwijl ze hun taalvaardigheid verbeteren.

7. Interactief taalonderwijs (vanaf 1995)
Volgens deze visie is het belangrijk dat kinderen leren in een krachtige leeromgeving die authentiek, sociaal en strategisch leren bevordert en de kinderen aanzet tot zelfstandig leren en rekening houdt met individuele verschillen tussen kinderen. Veel nieuwe methodes gebruiken deze uitgangspunten om het taalonderwijs vorm te geven(Paus, 2010)(Gelderen, 2004).

In het kort: De tien uitgangspunten van interactief taalonderwijs

  1. Taalonderwijs is een emancipatorisch proces.
  2. Taalontwikkeling is een sociaal proces.
  3. Aandacht voor coöperatief leren.
  4. Taalontwikkeling is een actief proces.
  5. Metacognitie is belangrijk.
  6. Wederkerend onderwijs.
  7. Flexibel onderwijsrepertoire.
  8. Adaptieve instructie.
  9. Effectieve schoolorganisatie.
  10. Afstemming school, buurt, gezin.

Literatuur:

  • Paus,H., Bacchini,S., Dekkers,R., Hofstede,D., Markesteijn,C., Meijer,H., Pullens,T. (2010). Portaal. Praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs (3e druk). Bussum: Coutinho.
  • Gelderen,V.(2016, 11 3). lesintaal. Opgehaald van www.lesintaal.nl: http://www.lesintaal.nl/documents/doc_32941.htm

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *