Motorische ontwikkeling in de peuter en kleutertijd


Zindelijkheid
De ontwikkeling van de spieren spelen een belangrijke rol bij de ingewanden en de blaas. Wat te maken heeft met zindelijkheid. De meningen zijn verdeeld over het tijdstip waarop kinderen zindelijk moeten worden. Volgens sommige moeten ouders flexibel met zindelijkheidstraining omgaan en vinden dat je hier pas mee moet beginnen wanneer het kind hier klaar voor is. Andere zijn weer voor een hardere aanpak en beweren dat zindelijkheidstraining vroeg en snel moet gebeuren. De leeftijd waarop kinderen zindelijk worden gemaakt is de afgelopen jaren gestegen. In 1957 was 92% van de kinderen met 18 maanden zindelijk. In 1992 was dit 25%. Ongeveer 75% van de kinderen zijn op hun vijfde jaar zindelijk, ook ‘s nachts. Volgens de Jeugd Gezondheidszorg bestaat er geen vast tijdstip om te starten met zindelijkheidstraining. Pas met 12 maanden hebben kinderen controle over hun ingewanden en blaas. Kinderen die eraan toe zijn om zindelijk te worden, blijven minstens twee uur achter elkaar droog, of worden droog wakker. Verder moeten kinderen er niet alleen fysiek, maar ook emotioneel klaar voor zijn. Wanneer kinderen zich verzetten tegen zindelijkheidstraining, moet het worden uitgesteld. Er zijn verschillende strategieën om de zindelijkheid te stimuleren, zoals een beloningssysteem. Maar ook een plaswekker kan helpen. Dit is wel iets waar ik de afgelopen stageperiode tegenaan ben gelopen. En wat nog steeds een probleem blijft bij de kleuters. We hebben redelijk wat zorgkinderen in de klas, waaronder kinderen die deels of nog niet zindelijk zijn. Ook hebben we een erg grote klas van 29 kleuters, wat er ook voor zorgt dat de werkdruk vrij groot is. Zeker wanneer daar ook nog zindelijkheidstraining bij komt kijken. De samenwerking met ouders is erg belangrijk als het om zindelijkheidstraining gaat. Het is belangrijk dat de methode zowel thuis als op school het zelfde is, zodat er duidelijkheid is voor het kind. Ook voor ouders is dit vaak een moeilijk en gevoelig onderwerp. Want hoe ga je ermee om? Welke methode past bij je kind? Wil je wachten tot het kind er klaar voor is, of toch wat meer pushen? Ook dit heb ik merkbaar terug gezien in mijn stageklas. Ouders die bijvoorbeeld met hun kind naar de plastherapeut gaat, of die elke week een nieuwe methode proberen om hun kind zindelijk te krijgen. Het is aan jou als leerkracht om hier respectvol mee om te gaan, en het kind te sturen in deze ontwikkeling waar nodig. Hulpmethoden kunnen hierbij zijn:

  • wc momentjes inbouwen tijdens de les: Het eet en drink momentje is hier een goed voorbeeld van. Ik stuurde de kinderen die nog moeite hadden met zindelijkheid naar de wc wanneer ze nu eten en drinken op hadden. Op een gegeven moment merk je dat het in het systeem komt te zitten, en kinderen soms al uit zichzelf gaan of de leerkracht eraan helpen herinneren. Ook de wat oudere kinderen die al wat langer zindelijk zijn helpen deze kinderen, of de juf,  wel eens herinneren om naar de wc te gaan. 
  • Plaskaart: Om het wc bezoek te stimuleren kun je een plaskaart gebruiken. Het kind krijgt dan een stikker wanneer ze op de wc hun behoefte hebben gedaan. Bij een volle kaart mag de kaart met stikkers mee naar huis om aan ouders te laten zien. Vaak hebben die thuis ook nog een beloningssysteem, wat de positieve stimulance nog meer kan verbeteren.
  • Naar de wc met een hulpje: Voor kinderen die nog niet, of bijna zindelijk zijn, is alleen naar de wc gaan nog een hele stap. Daarom laat ik deze kinderen een vriendje of vriendinnetje kiezen die met hun mee naar de wc mag. Zo kunnen ze samen gaan, en dat vinden kinderen vaak veel leuker. Daardoor is de stap naar het zelfstandig naar de wc gaan, minder groot. 
  • Duidelijkheid voor het kind: Communiceer goed met ouders welke methode je op school en thuis gaat toepassen en aan welke tussen doelen je wilt werken. Probeer de weg naar zindelijkheid in kleine stapjes te volgen, zodat het kind veel kleine succeservaringen heeft. Het is belangrijk dat ouders zich in de methode op school kunnen vinden, en dat ze deze ontwikkelingslijn thuis verder doorzetten. 

Links- en rechtshandigheid 
Hoe komen kinderen tot een voorkeurshand? Deze keus is al snel na de geboorte gemaakt. De handvoorkeur is namelijk bij de geboorte al aanwezig in het brein. Sommige signalen van een voorkeur zijn al zichtbaar in de vroege babytijd, bijvoorbeeld wanneer het kind een voorkeurshand heeft voor het grijpen naar dingen. Pas aan het eind van de kleutertijd verankerd de voorkeurshand zich en wordt het echt duidelijk. 90% heeft rechts als voorkeurshand, 10% links. Meer jongens dan meisjes zijn linkshandig. Er is geen wetenschappelijke verklaring voor de verschillende verhalen rondom linkshandigheid. Uit onderzoek is wel gebleken dat veel begaafde individuen linkshandig waren. Uit onderzoek is ook gebleken dat linkshandigen meer ongelukken krijgen en een groter risico lopen om vroeg te overlijden. Veel gebruiksvoorwerpen zijn ontworpen voor rechtshandigen, wat het soms wel lastig maakt. ​De fijne motoriek is vooral veel zichtbaar tijdens het knutselen, schrijven, schilderen, tekenen, kleuren, kralenplank, knippen, plakken, kralen rijgen, zandtafel en pastatafel en kleien. Dit zijn veel verschillende dingen, waarvan ieder kind wel iets leuk vind of iets regelmatig vrijwillig doet. Wat me wel opviel is dat kinderen die goed zijn in de fijne motoriek, ook eerder een activiteit zullen kiezen waar ze dit bij nodig hebben. Terwijl kinderen die hier wat minder handig in zijn, minder plezier hebben aan bijvoorbeeld het tekenen. Ze vragen tijdens een opdracht dan ook vaak of ze al klaar zijn, of raffelen hun werk snel af om maar verder te kunnen spelen in de bouwhoek. Bij deze activiteiten kun je vaak al zien of een kind links of rechtshandig is. Sommige kinderen hebben nog geen voorkeurshand, en moeten nog wat meer oefenen en bezig zijn tot ze ook een voorkeur ontwikkelen. Ook de fijne motoriek is te observeren volgens het observatiesysteem KIJK! Deze resultaten worden ook besproken tijdens het rapportgesprek. 

De tekening als graadmeter van ontwikkeling
Volgens ontwikkelingsdeskundige speelt de kindertekening een belangrijke rol bij het perfectioneren van de fijne motorische vaardigheden. Kinderen oefenen met instrumenten zoals kwasten, stiften, potloden en krijtjes. Hierdoor ontwikkelen kinderen hun motorische vaardigheden die later belangrijk zijn bij het schrijven. Maar ook leren kinderen het belang van planning, zelfbeheersing en zelfcorrectie. Wanneer kinderen vijf jaar zijn denken ze al echt na over het eindproduct. Ze doen niet zomaar wat. Ze hebben een doel in hun hoofd wanneer ze beginnen en bekijken achteraf of dit geslaagd is. Oudere kinderen maken dezelfde tekening vaak opnieuw, waarbij ze proberen eerdere fouten te corrigeren en het eindproduct te verbeteren. Volgens de ontwikkelingspsycholoog Howard Gardner is de ruwe ondoordachte tekening van peuters en kleuters te vergelijken met het brabbelen van baby’s. Deze tekeningen bevatten bouwstenen voor de creaties die ze later gaan produceren. Andere onderzoekers stellen weer dat de tekenvaardigheden van peuters en kleuters een aantal stadia doorlopen.

  1. Krabbelstadium: Het ziet eruit alsof het eindproduct bestaat uit willekeurige strepen op het papier. Maar dit is niet het geval. Krabbeltekeningen kunnen worden onderverdeelt in 20 verschillende categorieën.
  2. Vormstadium: Rond driejarige leeftijd. Vormen zoals vierkanten en cirkels zijn zichtbaar. In dit stadium tekenen kinderen verschillende vormen, pluisjes en kruisjes.
  3. Ontwerpstadium: In dit stadium zijn kinderen in staat om verschillende vormen te combineren tot een nieuwe complexere vorm. Bijvoorbeeld een vierkant met een driehoek erboven is een huis.
  4. Picturale stadium: Tussen vier en vijf jaar. Tekeningen beginnen op bekende objecten te lijken. Volwassenen stimuleren dit sterk. Kinderen krijgen door representatieve tekeningen wel minder interesse voor vorm en ontwerp. De kunstenaar Pablo Picasso zei ook ”Ik heb er mijn hele leven over gedaan om te leren tekenen als een kind”.

Wat me opviel in de kleuterklas, zijn de grote verschillen in tekeningen. Kinderen krijgen elk thema ook gerichte tekenopdrachten in hun tekenboek. Bijvoorbeeld maak een tekening over kerst, sinterklaas, de bakker, je familie, de kapper, de vakantie, etc. Sommige kinderen gaan enthousiast aan de slag. Ze hebben meteen een idee en tekenen gedetailleerd. Soms zijn ze wel een uur bezig, of willen ze het de volgende les afmaken omdat het eindresultaat nog niet goed genoeg is. Andere kinderen zijn totaal niet bezig met het eindresultaat, en beginnen met tekenen. Soms dingen die niets met het thema te maken hebben. Ze zeggen al snel dat ze klaar zijn en gaan het liefst zo snel mogelijk iets anders doen. Je ziet dus niet alleen grote verschillen in het eindresultaat, maar ook het proces. Een tekenboek is verder ook erg handig om de tekenontwikkeling in terug te zien. Alle tekeningen van twee jaar tijd worden verzameld. Hierdoor zie je grote verschillen tussen een tekening die begin groep 1 is gemaakt, en een tekening die eind groep 2 is gemaakt. 

Wat je terugziet in het proces en het eindresultaat

  • Verschillen in het tekenproces. Denkt het kind eerst na over wat hij gaat tekenen? Of begint het gewoon? Gaan ze enthousiast aan de slag, of raffelen ze het af en zijn ze snel klaar? Moet je het kind helpen om tot een idee te komen? Of zit het vol met ideeën? 
  • De leef en belevingswereld van een kind. Aan de tekeningen kun je zien wat er leeft bij een kind. Heeft het net een nieuw broertje of zusje? Dan is het voor de hand liggend dat je een baby of een zwangere vrouw in het tekenboek zult vinden. Dit kwam vooral mooi naar voren in het emotie boekje van de vreedzame school. Kinderen moesten hier per emotie tekenen hoe ze die emotie ervaren. En hier ook een voorbeeld van geven. Hier kon je goed zien dat sommige kinderen al veel over serieuze dingen nadenken, zoals bijvoorbeeld de dood. Of dat ze nog dingen door elkaar haren of vaak het zelfde benoemen. 
  • Fantasie. Sommige kinderen hebben een rijke fantasie en kunnen de mooiste verhalen vertellen bij hun tekening. Andere kinderen houden het kort en benoemen alleen wat ze hebben getekend. Om dit terug te zien is het goed om met de kinderen in gesprek te gaan over hun tekening. Wat heb je gemaakt? Waar gaat het over? Wat kan ik erbij schrijven? Welk verhaal hoort erbij? Het is goed er geschreven tekst voor het kind bij te schrijven. Zo krijgen kinderen ook inzicht in de geschreven taal, en leren ze om iets uit te leggen en te verwoorden. 
  • Details. Sommige kinderen tekenen simpel, terwijl andere veel details gebruiken. Sommige kinderen gebruiken nog veel vormen die samen een figuur vormen. Zoals een poppetje die bestaat uit een driehoek, met een cirkel als hoofd en strepen als armen. Andere kinderen tekenen weer heel gedetailleerd. Je herkent hier echt veel bekende objecten in. Maar soms zelfs ook lichaamshoudingen, gezichtsuitdrukkingen, en perspectieven. Het is me ook wel eens opgevallen dat kinderen dezelfde indeling voor hun tekening kozen als de voorkant van het boek ”de bakker”. Dit boek hebben we meerdere keren gelezen of doorgekeken. De afbeeldingen in het boek zijn voorbeelden in het geheugen tijdens het tekenen. Ook hieruit kun je opmaken of een kind visueel is ingesteld. 

Hoe je kinderen kunt stimuleren

  • Vertellen in de kring: Door de kinderen hun verhaal te laten vertellen in de kring, hebben ze een beter beeld bij de tekening. Ze horen verhalen en ideeën van andere kinderen, en hun eigen verhaal wordt verduidelijkt doordat ze dit moeten vertellen aan anderen. Ze krijgen hierdoor wat handvatten en voorbeelden wat ze kunnen tekenen bij het thema. Dat kan vooral kinderen die een open en vrije opdracht nog lastig vinden erg helpen. 
  • Vragen stellen over de tekening: Je kunt de kinderen tijdens het tekenen vragen stellen over de tekening. Zo gaan de kinderen zelf beter nadenken over wat ze hebben gemaakt en wat er misschien nog mist. Je kunt de kinderen ook helpen voor voorbeelden of ideeën te benoemen die de kinderen zelf verder kunnen uitwerken. 
  • Verschillende vernieuwende materialen: Het is goed om verschillende materialen aan te bieden. Kinderen gaan hier vaak met nieuwsgierigheid mee aan de slag.  

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *