Wat is het Hindoeïsme?


Hindoeïsme in het kort

  • Wereldwijd zijn er 850 miljoen hindoes, waarvan de meeste in India wonen.
  • Het Hindoeïsme is ontstaan in 500 voor Christus.
  • Het Hindoeïsme heeft wortels in de oudere Indus-cultuur.
  • Het Vedische tijdperk was een belangrijke tijd voor het ontstaan van het Hindoeïsme. In deze tijd werden veel boeken geschreven en ritualen ontwikkeld. (De veda’s)
  • Grote verschillen binnen het hindoeïsme.
  • Geloof wordt vaak gezien als een persoonlijke zaak.

Ontstaan van het hindoeïsme, de Indus-cultuur

Het hindoeïsme is ontstaan in India en Pakistan en heeft zijn naam te danken aan rivier de Indus. De mensen die aan deze rivier woonde werden Hindoes genoemd. 4500 jaar geleden woonde er veel mensen aan rivier de Indus. De rivier was erg belangrijk in die tijd. 2500 jaar voor onze jaartelling bloeide hier een rijke cultuur op, die we de Indus-cultuur noemen. Uit opgravingen blijkt dat de Indus-cultuur een hoge beschaving was en er ook steden werden gebouwd. Maar ook dat er sprake was van een godsdienst met verschillende heilige dieren. Archeologen gaan ervan uit dat het Hindoeïsme wortels heeft in de Indus-cultuur.

Het Vedisch tijdperk

Er zijn verschillende hindoeïstische geschriften, de veda’s, gevonden uit de periode van 1200-500 voor Christus. Dit tijdperk wordt ook wel de vedische tijd genoemd. Het woord veda betekend wijsheid. In deze tijd werden er boeken geschreven en rituelen ontwikkeld. Dit was een belangrijke periode voor de vorming van het Hindoeïsme.

Kenmerken van het Hindoeïsme

In het huidige Hindoeïsme wordt vaak teruggegrepen op teksten en gewoonten uit de vedische tijd. Hoewel de Indus-cultuur en de veda’s veel overeenkomsten hebben met het Hindoeïsme, zijn er ook grote verschillen. Daarom spreekt men vanaf 500 voor Christus officieel van het Hindoeïsme. Er zijn grote verschillen binnen het Hindoeïsme. Maar de meeste hindoes vinden dit niet erg, want volgens hun is godsdienst een persoonlijke zaak. De nadruk ligt meer op wat je doet dan op wat je gelooft. Een hindoe kent geen instantie die vaststelt wat de ware leer is en die in de gaten houdt of iedereen zich hieraan houdt. Hindoes denken en geloven heel verschillend.

Mahatma Gandhi

Gandhi leefde van 1869-1948. Het kastenstelsel speelde in zijn tijd een belangrijke rol. Het kastenstelsel is een systeem waardoor de samenleving in verschillende lagen is verdeeld. Vanaf je geboorte ligt het vast in welke kaste je thuishoort. Het kastenstelsel wordt al sinds het begin van het Hindoeïsme gehanteerd. Toch kwam Gandhi in opstand. Hij vond het niet goed wanneer mensen niet als gelijk werden gezien. Volgens hem is in de ogen van god iedereen gelijk. Door de invloed van Gandhi is het kastenstelsel in India officieel afgeschaft. Maar voor veel hindoes speelt dit nog een belangrijke rol.

Wat geloven hindoes?

Binnen het hindoeïsme zijn er grote verschillen in wat mensen geloven. Voor sommige hindoes is er één god in een menselijke gedaante. Andere hindoes geloven niet dat god persoonlijk is. Ze geloven in een goddelijk principe dat de oorsprong en het doel van al het leven is. Dit principe wordt Brahman genoemd. Dat er zulke grote verschillen zijn in wat hindoes denken en geloven heeft te maken met het feit dat het hindoeïsme gericht is op de praktijk, en niet op de leer. Het hindoeïsme leert mensen hoe ze in het leven kunnen staan. Binnen het hindoeïsme zijn ook een aantal opvattingen te noemen die door alle hindoes geaccepteerd worden. Deze kernwaarden vormen de basis van de godsdienst.

  1. Hogere werkelijkheid

Volgens het hindoeïsme is er meer dan alleen de wereld om ons heen. Een ander woord voor een hogere bovennatuurlijke werkelijkheid is transcendente werkelijkheid. Sommige zien dit hogere als een persoonlijke oppergod. Andere zien dit niet als een persoon maar in de vorm van een soort energie.

  1. Geloven in het bestaan van meerdere goden

Het hindoeïsme is een polytheïstische godsdienst. Wat betekent dat er meer dan één god is. Het hindoeïsme kent duizenden goden. Goden zoals Shiva worden wereldwijd door veel hindoes vereerd. Maar er zijn ook goden die alleen op bepaalde plaatsen of voor een bepaalde familie belangrijk zijn. De goden lijken veel op mensen, maar hebben gaven de gewone mensen niet hebben. Vaak worden er spannende verhalen verteld over wat de goden allemaal hebben gedaan.

  1. Atman en Brahman

Veel hindoes geloven in het goddelijk principe dat Brahman genoemd wordt. De wereld is ontstaan vanuit de Brahman. Mensen zijn volgens deze opvatting ontstaan vanuit het goddelijke. In elk mens zit een diepe goddelijke kern. Deze goddelijke kern wordt Atman genoemd. Het uiteindelijke doel van het leven is dat de Atman weer teruggaat naar de Brahman en je weer één wordt met deze goddelijke energie. Wanneer dat gebeurt heb je de verlossing bereikt. Volgens de hindoes is de Atman nog kleiner dan de ziel. De ziel is voor hindoes gebonden aan een persoonlijkheid en aan een bepaald mensen. Voor de Atman geld dat niet.

  1. Karma en reïncarnatie

Reïncarnatie betekend, opnieuw geboren worden. Hindoes geloven dat de mens na hun dood opnieuw geboren wordt. Je kunt terugkomen in een hogere of lagere positie. Het is zelfs mogelijk dat je in een volgend leven een dier of steen wordt. In wat voor leven je terug komt na je dood, hangt af van de manier waarop je geleefd hebt. Alle daden die een mens in zijn leven verricht hebben de term karma. Karma is alles wat je in het leven gezegd, gedaan en gedacht hebt. Wanneer je een goed karma hebt, kom je in een hogere positie. Wanneer je een slecht karma hebt, kom je terecht in een lagere positie. Bij de reïncarnatie wordt je een geheel nieuw persoon. Alleen de Atman wordt opnieuw geboren.

  1. De verlossing

Of iemands karma wel of niet goed is hangt af van zijn religieuze plichten. Deze plichten worden dharma genoemd. Wie zijn leven inricht naar de dharma, bouwt veel goed karma op en komt terug in een hogere kaste. Toch is dit voor hindoes niet het grootste doel. Het hoogste doel binnen het hindoeïsme is de verlossing, ook wel de moksha genoemd. Bij de verlossing wordt de diepste kern van de mens niet opnieuw geboren, maar wordt de Atman weer verenigd met de Brahman. De diepte kern van de mens wordt één met de goddelijke energie. Om dat te bereiken moet een hindoe veel doen. Een manier is de karma-yoga. Dit houdt in dat je alles doet wat je moet doen, maar het belangeloos doet.

Het kastenstelsel

In de hindoeïstische wereld is de samenleving traditioneel ingedeeld volgens het kastenstelsel. De kasten zijn hiërarchisch geordend, dat wil zeggen dat er hoge en lage kasten zijn. Elke kast heeft zijn eigen rechten en plichten. Hoe hoger de kaste is waarvan je deel uitmaakt, hoe meer aanzien je hebt. De kasten hebben een religieuze betekenis en heeft te maken met de reinheid. Voor hindoes is reinheid heel belangrijk, zowel lichamelijke reinheid als rituele reinheid. Deze reinheid speelt een grote rol bij de weg naar de verlossing. Dit zie je terug in de reinigingsrituelen die hindoes meestal uitvoeren voor ze een ritueel uitvoeren in een tempel. De kaste waarin iemand hoort gaan een leven lang met de hindoe mee. Je bent dus je hele leven gebonden aan die positie. Maar als je je aan de religieuze plichten houdt bestaat de kans dat je in een volgend leven in een hogere kasten wordt geboren. In de maatschappij speelt het kastenstelsel ook een belangrijke rol. Zo zijn er beroepen die alleen mensen uit de lage kasten uit mag voeren omdat het beroep onreinheid met zich meebrengt, zoals  een slager. Het hindoeïsme kent duizenden verschillende kasten die je kunt verdelen in vier groepen.

  1. Brahmanen (Priesters)
  2. Kshatriya’s (Stand van de adel of de krijgers)
  3. Vaishya’s (Kooplieden)
  4. Soedra’s (De onderste stand) Doen vaak vies werk, slager.
  5. Paria’s (De kastlozen of de onaanraakbaren)

Er is vaak veel kritiek over het kastenstelsel. Veel mensen vinden het onacceptabel dat niet iedereen als gelijkwaardige wordt geboren. Daarnaast wordt het kastenstelsel vaak misbruikt door mensen die het systeem zo willen veranderen dat ze er alleen zelf beter van worden. Er zijn dan ook stromingen binnen het hindoeïsme die het kastenstelsel afkeuren. Ghandi heeft zich ook ingezet tegen het kastenstelsel.

Goden

Het hindoeïsme kent duizenden goden, maar er zijn 3 goden die centraal staan en die je overal wel terug ziet. Vaak worden deze goden als drie-éénheid gezien, zonder de één kan de ander niet bestaan. De goden komen vaak in verschillende gedaantes voor. Zo’n gedaante wordt een avatara genoemd.

vishnu
jdfkjd
brahma

Vishnu (de beschermer) Vishnu is één van de belangrijkste goden van het hindoeïsme. Hij wordt gezien als de vriendelijke god. In de verhalen is hij getrouwd met Lakshmi, de godin van voorspoed en zegen.

Shiva (de verwoester) Shiva is ook een hele belangrijke god binnen het hindoeïsme. Shiva is de god die de wereld laat vergaan en opnieuw laat ontstaan. (vernietiger en schepper)

Brahma (de schepper) Van Brahma wordt gezegd dat hij de wereld gemaakt heeft, en staat dan ook bekend als de schepper-god.

Hindoeïstische feesten

festival
diali

Elke godsdienst heeft zijn eigen feesten met een bijbehorende feestkalender. Deze feestkalender maakt de mensen bewust van de voortgang van het leven. Binnen het hindoeïsme zijn er honderden verschillende feesten.  De feesten van de hindoes vallen niet altijd op dezelfde datum. De datum van het feest wordt namelijk vastgesteld aan de hand van maanjaren in plaats van zonnejaren. Veel feesten worden alleen in bepaalde gebieden gegeven omdat ze verbonden zijn aan een bepaalde plek. Het Holi-feest en Divali zijn de meest bekende feesten. Dat komt vooral omdat de hindoes in Nederland deze feesten ook vaak vieren. Het Holi-feest staat bekend om het kleurpoeder wat tijdens dit feest wordt gebruikt. Traditioneel is dit een lentefeest dat 10 dagen duurt, en valt meestal in de maand maart, het begin van de lente. Tijdens dit feest wordt gevierd dat de winter voorbij is, en dat het goede sterker is dan het kwade. Tijdens het Holi-feest verdwijnt het kastenstelsel en iedereen is gelijk. Dit geld ook tijdens het Divali feest, wat ook wel lichtfeest wordt genoemd. Dit feest wordt gevierd in de herfst en duurt 5 dagen. Het licht tijdens dit feest wordt gezien als het goede. Het licht verjaagt de duisternis en maakt daarmee het leven goed. Tijdens het Divali feest steken hindoes vee diya’s aan, dit zijn kleine kaarsjes gemaakt van klei en olie. Deze kaarsjes worden overal in het huis neergezet om de duisternis te laten verdwijnen en het licht te verwelkomen. Ook worden de doden van het afgelopen jaar tijdens dit feest herdacht.

Tempels en rituelen

Hindoes geloven dat de goden zich kenbaar willen maken aan de mensen. Ze komen naar de mensen toe, bijvoorbeeld in verschillende mythes en verhalen. Een andere manier om de aanwezigheid van de goden te ervaren is het bezoeken van tempels en het uitvoeren van rituelen. Volgens de hindoes zijn de goden daar echt aanwezig. Door het uitvoeren van bepaalde rituelen kunnen gelovigen de goden uitnodigen om naar de tempel te komen. Een tempel wordt op een bepaalde manier gebouwd, de tempel moet namelijk perfect zijn voor de goden. De constructie heeft allerlei symbolische betekenissen, en daarbij is elke tempel weer anders.

Literatuurlijst & geraadpleegde bronnen

Idema, E. (2007). Een wereld vol geloof. Kwintessens uitgeverij: Amesfort,

https://www.samsam.net/godsdiensten/hindoeisme/goden/

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *